Wie is of wordt de mentor?
De rol en bevoegdheden van de mentor zijn beperkt en de grenzen zijn volgens Zorgombudsman Cura Vera willekeurig.
Voor de vraag wie als vertegenwoordiger kan optreden, kent de wet de volgende rangorde:
- de (door de rechter benoemde) curator of mentor;
- de schriftelijk gemachtigde; dit is een persoon, die de patiënt, toen hij nog wilsbekwaam was, gemachtigd heeft om in geval van wilsonbekwaamheid namens hem op te treden;
- de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt;
- de ouder, het kind, de broer of zus van de patiënt.
Als meerdere personen in aanmerking komen, om als vertegenwoordiger op te treden, dan vraagt de hulpverlener eerst deze personen om zelf één persoon uit hun midden aan te wijzen als vertegenwoordiger van de patiënt. Wanneer zij hierover onderling van mening verschillen mag de hulpverlener zelf één persoon verzoeken om als vertegenwoordiger op te treden. Dit moet de persoon zijn, die naar zijn mening de belangen van de patiënt het beste zal behartigen. Wanneer er geen vertegenwoordiger te vinden is, kan de hulpverlener ofwel handelen op eigen gezag ofwel de benoeming van een mentor in gang zetten. Het ligt meer voor de hand om voor het laatste te kiezen, als sprake is van een structurele en onomkeerbare wilsonbekwaamheid én er een ingrijpende maatregel/maatregelen moet(en) worden verricht. Het is immers van belang dat er een persoon is, die voor de patiënt meedenkt en meebeslist over belangrijke beslissingen over de zorg die een hulpverlener aan de patiënt wil verlenen.
Goed vertegenwoordigerschap
Als een patiënt wilsonbekwaam is, dan moet een vertegenwoordiger toestemming geven voor een door de hulpverlener voorgesteld onderzoek of voorgestelde behandeling. De vertegenwoordiger moet zich volgens de wet gedragen als een ‘goed vertegenwoordigeschapr’ en de patiënt zoveel mogelijk bij zijn taken te betrekken. In de volgende situaties is in elk geval geen sprake van goed vertegenwoordigerschap:
- De vertegenwoordiger neemt een beslissing nadrukkelijk op basis van zijn eigen waarden en normen en niet op die van de patiënt;
- De vertegenwoordiger neemt een beslissing, die schadelijk is voor de patiënt terwijl deze beslissing bovendien niet gesteund wordt door een eerdere wilsverklaring van de patiënt;
- De vertegenwoordiger verlangt van de hulpverlener handelingen die medisch zinloos zijn of strijdig met de professionele standaard.
Rechten, plichten en bevoegdheden van een mentor
- De mentor heeft het recht om beslissingen te nemen over verzorging, verpleging, behandeling, en begeleiding van de persoon van wie hij mentor is. Dit zijn beslissingen op persoonlijk vlak. Het kan ook gaan om andere bepaalde handelingen, zoals het inzien van een dossier. De mentor heeft de plicht de betrokkene zoveel mogelijk zelf te laten beslissen en aan te moedigen, zodat hij, als dat mogelijk is, zelfstandig optreedt;
- De mentor heeft alle bevoegdheden, die hij in het belang van zijn taak nodig heeft. Hij mag alleen niet beslissen in hoogstpersoonlijke aangelegenheden, zoals het opmaken van een testament. De mentor mag zich wel mengen in een relatie van de betrokkene, als die een negatief effect op de betrokkene heeft.
Zorgplan of behandelingsplan
De mentor treedt ook op als hij vindt dat in de zorg fouten gemaakt (dreigen te) worden. Hij mag instemmen met het zorgplan of behandelingsplan, met uitzondering van de hoogstpersoonlijke aangelegenheden, die daarin zijn opgenomen (zoals de levensbeëindiging van de betrokkene). De mentor mag er in een dergelijk geval wel iets over zeggen, maar dat geldt dan alleen als advies. De hulpverlener moet de schriftelijke weigering altijd in het licht van de bedoeling van de patiënt bekijken.
Zorgombudsman Cura Vera® is van mening, dat de artsenorganisatie KNMG bij de uitvoering van wet- en regelgeving te veel kijkt naar de behandelmogelijkheden en te vaak twijfelt aan de goede trouw van de cliënt en diens vertegenwoordiging.