Een patiënte heeft geen gebruik kunnen maken van haar recht op informatie
Een allochtone vrouw vraagt, op advies van haar huisarts, Thuiszorg aan. Zij heeft een uitbehandelde en uitgezaaide vorm van kanker en is ernstig ziek. Bij het huisbezoek dat vervolgens plaatsvindt, zit de echtgenoot bij zijn zieke vrouw en doet het woord. Hij vertelt dat zijn vrouw al vier jaar lang poliklinisch behandeld wordt, zonder dat zij eigenlijk weten waarom. Uiteindelijk wordt pas in de laatste fase van het ziekteproces de diagnose bekend gemaakt.
De wil van een patiënt wordt genegeerd
Een man van 73 heeft een kwaadaardige longtumor, die is uitgezaaid naar de hersenen en de wervels. Twee jaar eerder is zijn vrouw overleden, ook ten gevolge van longkanker. De patiënt weigert een onderzoek te ondergaan, dat de behandelend artsen inzicht moet geven in de soort kanker. Die weigering leidt ertoe dat hij stempels opgeplakt krijgt als 'ontkennend', 'negatief' en 'depressief'. Om die reden wordt er een psychiater bij gehaald.
Onder zware druk stemt de man uiteindelijk in met het onderzoek en kan de aard van de tumor worden vastgesteld. De situatie blijkt zeer ernstig te zijn.
Drie maanden later wordt hij wegens ernstige verwardheid en epileptische aanvallen opgenomen. Hij krijgt medicijnen toegediend en extra zuurstof, en een neussonde wordt aangebracht voor de voeding. Uit scans blijkt, dat de situatie uitzichtloos is. Op de 24e dag na zijn opname trekt de man de sonde uit zijn neus. Op de 29e dag na de opname laat de behandelend arts, een neuroloog, een maagsonde aanbrengen. Deze sonde gaat door de buikwand heen en brengt de voeding rechtstreeks in de maag. Een dag later overlijdt de patiënt.
Aangezien de uitzichtloze situatie voor deze patiënt allang vaststond, kun je je afvragen waarom de artsen voor deze behandeling hebben gekozen. Waarom werd er niet naar de patiënt geluisterd, toen hij verder onderzoek weigerde.
Onderzoek patiënt past goed in promotieonderzoek
Een vrouw heeft haar hele leven al rugklachten. Ofschoon zij regelmatig naar fysiotherapie gaat, zwemt en aan yoga doet, blijven de klachten aanhouden. Zij besluit een specialist te raadplegen. Na onderzoek concludeert de specialist, dat zij een grote rugoperatie moet ondergaan, waarbij wervels worden vastgezet. Als dat niet gebeurt, kan zij verlamd raken en invalide worden. Ze is nogal geschrokken en besluit een 'second opinion' -een onafhankelijke tweede mening- te vragen bij een collega-arts. Deze raadt een operatie af, en geeft het advies de spieren aan te sterken met behulp van fysiotherapie.
De diagnose blijkt wel te kloppen, maar de dreiging van een verlamming is niet zo groot dat ze al geopereerd moet worden. Die operatie blijkt echter goed te passen in het promotie-onderzoek van de eerstgenoemde specialist. Een afdoende en eenvoudige behandeling leek te moeten wijken voor een ingrijpende operatie, waarmee alleen het belang van de specialist wordt gediend: zijn promotie-onderzoek.
Met levensstijl en wensen van patiënt wordt geen rekening gehouden
Voor een hoogbejaarde, nogal zieke vrouw, wordt Thuiszorg aangevraagd. Het huishouden blijkt te versloffen. De buren en een huisvriend - de zaakwaarnemer van de vrouw – geven de nodige informatie. Er is een plaats voor haar aangevraagd in een verzorgingstehuis. Dat brengt de vrouw in verwarring. Met de naderende verhuizing in het zicht, haalt zij haar kasten leeg, en stopt zij met eten.
Na verloop van tijd knapt ze weer op. Zij begint te vertellen wie zij is. Zij blijkt een van de eerste apothekersassistentes in Nederland te zijn geweest, en heeft een homeopathische levensstijl. Door gezinszorg en wijkverpleging gaat ze zich wat beter voelen. Dan krijgt zij een lichte hersenbloeding en heeft ze meer zorg nodig dan Thuiszorg kan bieden. Zij wordt opgenomen in het ziekenhuis. Daar knapt zij op, en na enige weken mag zij weer naar huis.
Thuis vertelt ze in vertrouwen dat zij in het ziekenhuis is volgepropt met eten, dat zij eigenlijk niet wilde maar uit beleefdheid niet weigerde. Zij vindt het leven wel genoeg geweest. Ze wordt opnieuw ziek, en via de EHBO belandt zij in een verpleeghuis. Daar krijgt zij voeding via een sonde toegediend. De eerste sonde kan zij er zelf nog uittrekken. Omdat ze inmiddels ernstig verzwakt is, lukt het haar niet meer de tweede sonde er uit te trekken.
De sondevoeding gaat door, omdat het stoppen daarvan volgens de verantwoordelijke hulpverleners een passieve vorm van euthanasie zou betekenen. Enkele maanden later overlijdt de vrouw in omstandigheden, die zij zelf niet heeft gewild.