Verpleging en verzorging

Standpunt Cura Vera

In april 1996 kwam de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). In de jaren negentig  kregen instellingen en artsen allerlei verplichtingen ten aanzien van de cliëntenzorg. Bij de voorbereiding van de Wet Cliënten Zorg (Wcz) worden de verplichtingen van instelling omgezet naar rechten van de cliënt.

De zorg voor de zieke medemens staat door de jaren heen in een verschuivend perspectief ten aanzien van het werk van artsen, verpleging en verzorging. Medische techniek en farmacologie spelen een belangrijke rol in dit verschuivend perspectief . Vanaf 1996 is het recht op informatie en keuzerecht een nieuw aspect. De patiënten rechten komen geleidelijk van de grond, maar naar het oordeel van de wetgever te langzaam. Dit is o.a. aanleiding om de Wcz tot wet te maken.

De KNMG is een belangrijke speler en staat kritisch tegenover de Wcz. Hoewel de Raad van State als belangrijk adviesorgaan spreekt van een 'Paradigma shift' en van overbehandeling, overdiagnostiek en te weinig doelmatigheid, spreekt de vertrokken gezondheidsjurist van de KNMG van een niet noodzakelijk politiek gebaar, waar de zorgsector niets aan heeft. In maart 2010 heeft de KNMG een notitie uitgebracht: "Sterke medische zorg voor kwetsbare ouderen." Hierin geeft zij wat meer inhoud aan essenties van cliëntenrechten. De KNMG lijkt met één voet tegelijk het gas- en rempedaal te bedienen.

Een opening wordt echter gevonden bij een ontwikkeling die vanuit USA en Canada Nederland bereikt. Het laten meedenken en beslissen over de behandeling blijkt doelmatiger en leidt tot meer kwaliteit. November 2009 hield Trudy van der Weijden haar inaugurele reden als hoogleraar implementatie van richtlijnen in de geneeskunde (Universiteit Maastricht)

Voor verpleging en verzorging lijkt het op dit moment prematuur en minder makkelijk om waarden uit de WGBO, en straks de Wcz, in het werk te integreren, en de regie van de cliënt centraal te stellen. Zorgombudsman Cura Vera® is van mening dat hierin investeren vanuit vraaggericht perspectief gewenst is. Centraal hierin staat het keuzerecht, de vraaggerichte zorg, wilsuitingen en schriftelijke wilsverklaringen. Verpleging en verzorging staan immers dagelijks in dichte zorgrelatie met de patiënten en zijn daardoor in beginsel goed instaat om wilsuitingen te registreren en in te brengen in zorgrapportages.

De medische beroepsgroep ziet wat betreft de uitvoering van de medische zorgverlening aan kwetsbare ouderen een grote taak weggelegd voor (gespecialiseerde) verpleegkundigen en praktijkondersteuners.

KNMG notitie

KNMG heeft maart 2010 een notitie uitgebracht: "Sterke medische zorg voor kwetsbare ouderen". Deze notitie gaat over knelpunten en oplossingen die gevonden dienen te worden in de ouderenzorg. De notitie schets een toekomstscenario, dat stap voor stap vanaf heden uitgevoerd dient te worden.

In deze notitie geeft de KNMG ook handreikingen aan verpleegkundige zorg, praktijkondersteuners, verzorgenden en helpenden.

Deze samenvatting is gericht op verpleegkundige zorg, praktijkondersteuners, verzorgende en helpenden.
Centraal hierin staat vanuit het perspectief van Cura Vera, het keuzerecht, de vraaggerichte zorg, wilsuitingen en schriftelijke wilsverklaringen.

De medische beroepsgroep ziet wat betreft de uitvoering van de medische zorgverlening aan kwetsbare ouderen een grote taak weggelegd voor (gespecialiseerde) verpleegkundigen en praktijkondersteuners. Bijvoorbeeld op het gebied van de zorgcoördinatie en trajectbegeleiding. Wonen en welzijn staan centraal in het leven van kwetsbare ouderen en medische zorg is ‘slechts’ voorwaardenscheppend.

Ouderen worden steeds mondiger en willen steeds meer zelf meebeslissen over hun zorg

Een belangrijk aandachtpunt in het zorgbehandelplan wordt gevormd (dit lijkt paradoxaal, maar is het niet) door afspraken over de behandelbeperkingen die gelden voor een bepaalde patiënt (bijvoorbeeld: niet reanimeren, geen ziekenhuisopname, etc.).

  • bij een wens op het gebied van een levenstestament of een non-reanimatieverklaring;
  • afspraken over behandelbeperkingen (bijvoorbeeld een levenstestament,of non-reanimatieverklaring);
  • respecteren van de wilsuitingen van de competente patiënt, ook als deze niet in overeenstemming zijn met het medisch advies. Tevens worden de wilsuitingen van een niet-beslisvaardige patiënt verzameld en op passende wijze meegewogen in de besluitvormingen, waarbij de mening van de (wettelijk) vertegenwoordiger zwaarwegend is.

Knelpunten

Kwetsbare ouderen worden steeds vaker geconfronteerd met wisselende zorgverleners: wisselende artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Het belang van de continuïteit van de zorgverlener in persoon is een kwaliteitsaspect dat door zorginstellingen en zorgverleners onvoldoende wordt onderkend.

Oplossing standaardisering en automatisering multi-domeinprobleemanalyse en zorgbehandelplan

Voor de voorziening ouderengeneeskunde is een vergelijkbaar instrumentarium benodigd ten behoeve van patiënten thuis of in het verzorgingshuis. Inhoudelijke en elektronische aansluiting bij het instrumentarium dat wordt gebruikt in de huisartsenvoorziening en in het verpleeghuis is wenselijk. Momenteel zijn er voor de huisartsenvoorziening en voor de voorziening ouderengeneeskunde nog geen instrumenten beschikbaar, die voldoen aan de bovengenoemde eisen.

De eigen arts van de patiënt (huisarts of specialist ouderengeneeskunde) dient bekwaam te zijn in het maken van afspraken met, en zo nodig instrueren van, de verzorgenden en helpenden die in het verzorgingshuis werken.

De arts is verantwoordelijk voor het maken van goede afspraken met verzorgenden en helpenden over het signaleren van gezondheidsproblemen. Zo nodig geeft de arts instructies en/of scholing. De groep bewoners van het verzorgingshuis wordt steeds complexer en kwetsbaarder, terwijl het gemiddelde opleidingsniveau van de verzorgenden en helpenden is gedaald. De arts mag er daarom niet op vertrouwen dat verzorgenden en helpenden zonder goede afspraken en/of instructie hierover gezondheidsproblemen adequaat zullen signaleren. Als de behandelend arts een indirecte hulpverleningsrelatie aangaat, door afspraken over de uitvoering van zorg en observaties, met een medewerker van een verzorgingshuis, heeft hij een verantwoordelijkheid voor het schatten van de kwaliteit van de verzorging. De arts kan de praktijkondersteuner (PO), gespecialiseerde verpleegkundige, etc. een rol geven in het verzorgingshuis. Bij de signaleringsfunctie is het van belang onderscheid te maken tussen:

  1. Het waarnemen van veranderingen in het functioneren, de gezondheid, of welzijn van de kwetsbare oudere (het opvangen van signalen);
  2. Het interpreteren van deze waarneming (het interpreteren van signalen).

Helpenden (niveau 1 en 2) vangen wel signalen op, maar geven aan moeite te hebben deze signalen (juist) te interpreteren. Zij vragen om een klankbord waar zij hun waarnemingen kwijt kunnen en waar deze adequaat worden geïnterpreteerd. Als zij hun waarnemingen bij een verpleegkundige of arts kwijt kunnen, is het in het algemeen niet noodzakelijk dat zij hun waarnemingen zelf leren interpreteren. Daar is verpleegkundige en/of medische kennis voor nodig waarover zij vaak niet beschikken. Het is de verantwoordelijkheid van de huisartsenvoorziening dat in de bovengenoemde ‘klankbordfunctie’ voor helpenden wordt voorzien. Als de arts van de patiënt een specialist ouderengeneeskunde is, is dit de verantwoordelijkheid van de voorziening ouderengeneeskunde.